Taarten

Monchoutaart

Afgelopen zondag was ik jarig. Morgen hoop ik het te vieren maar ook zondag hoorde er een taartje bij de koffie. Deze keer heb ik de favoriet van mijn man gemaakt: Monchoutaart. Tot voor kort maakte ik Monchoutaarten alleen met een pakket. Dat had vooral te maken met de smaak. Monchoutaart zonder pakket vond ik niet lekker. Ik kwam er achter dat dit heel makkelijk op te lossen is door niet de 100 grams maar de 200 grams verpakkingen van Monchou te gebruikten. Inmiddels is dit mijn meest gemaakte taart en vind ik hem zelf ook erg lekker!

 

 

Dit heb je nodig voor 1 taart van 24 cm doorsnede:

1 pakje kandijkoeken (of knapperkoek of Bastogne)

125 gram roomboter

2 pakjes monchou Zacht en Luchtig

2 zakjes vanille suiker

50 gram witte basterdsuiker

2 zakjes klopfix

500 gram slagroom

1 pot kersen vlaaivulling

Zo ga je te werk:

Smelt de roomboter in een pannetje.

Verkruimel de kandijkoeken met de blender of de staafmixer o.i.d.

Bedek de bodem en de zijkanten van de springvorm met bakpapier.

Meng de gesmolten roomboter met de koekkruimels goed door elkaar.

Verdeel de koekkruimels over de bodem en druk ze goed aan met bijvoorbeeld de achterkant van een lepel of glas.

Laat de bodem minimaal 5 minuten opstijven in de koelkast.

Klop de slagroom met de vanillesuiker en de klopfix stijf.

Roer de monchou met een garde los.

Roer de witte basterdsuiker door de monchou.

Meng de slagroom en monchou door elkaar.

Verdeel de monchou egaal over de koekjesbodem.

Zet de monchou ongeveer 10 minuten in de koelkast.

Haal de kersen uit de gelei van de vlaaivulling.

Verdeel de gelei gelijkmatig over de monchou.

Verdeel de kersen over de taart. Begin met twee kersen aan de rand. Leg een derde kers ervoor.

Vervolgens leg je twee kersen er recht tegenover tegen de rand en een derde er voor.

Draai de taart een kwartslag. Leg in het midden van de groepjes kersen weer twee kersen tegen de rand en een derde ervoor.

Draai de taart een halve slag en leg nog een keer 2 kersen tegen de rand en een ervoor.

Leg tussen iedere ‘kwart’ nog een keer twee groepjes van 3 kersen.

Heb je nog voldoende kersen leg dan nog een rondje van 12 kersen in het midden.

Bewaar de taart tot serveren in de koelkast.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *